|
WELVAARTSZIEKTEN;
Zwaarlijvigheid, hart-
en vaatziekten en diabetes zijn typische
welvaartsziekten
die
ontstaan doordat ons dieet sterk afwijkt van dat van de
prehistorische mens.
Ons lichaam is nog hetzelfde als dat van onze
voorouders tienduizend jaar geleden;
genetisch is de mens nauwelijks
veranderd sinds het stenen tijdperk, toen we jagers,
vissers en
verzamelaars van eieren, noten, groenten, vruchten en bonen waren.
De prehistorische mens kende geen landbouw en beschikte dus ook niet
over granen,
rijst, aardappelen of een pot met suiker. Al die
moderne producten hebben met elkaar
gemeen dat ze in een mum van
tijd de bloedsuikerspiegel gigantisch omhoog jagen.
Er is nauwelijks
verschil tussen meel en pure suiker: een boterham met gestampte
muisjes is een dubbele laag suiker, want de spijsvertering zet de
boterham ogenblikkelijk
om in suiker.
De alvleesklier gaat aan het werk als er suiker in ons bloed komt en
scheidt
insuline af, dat de suikers als brandstof bij lichaamscellen
(bijv in de spieren en hersenen)
aflevert. Als het
bloedsuikergehalte na een koolhydraatrijke maaltijd door het plafond
schiet,
reageert de alvleesklier hierop met een vloedgolf insuline.
De pieken in bloedsuiker- en insulineniveau
die optreden na het eten
van licht verteerbare koolhydraten, waren onbekend voor onze
voorouders,
en het menselijk lichaam is daaraan
dan ook helemaal niet aangepast.

De prehistorische
mens wandelde veel, rende af een toe een stukje en bedreef nooit
topsport. Alleen moderne mensen die onnatuurlijke lichamelijke
prestaties moeten leveren, hebben baat bij een koolhydraatrijk
dieet. We kunnen ons makkelijker volproppen met koolhydraten dan met
eiwitten of vet. Dus wie bang moet zijn voor een hongerklop, zoals
Lance Armstrong voor de beklimming van de Mont Ventoux, kan beter
pasta (vol met koolhydraten) eten dan een biefstuk (voornamelijk
eiwitten en vet). De pasta is licht verteerbaar, dus Armstrong zit
niet boerend op de fiets. Tijdens de beklimming jaagt hij er zoveel
bloedsuiker doorheen, dat hij behoefte heeft aan een extra
energiestoot; daarom neemt hij een sportdrankje.
Wie niet zoals Armstrong gigantisch veel energie verbrandt, heeft
geen sportdrankje nodig. Toch zie je zelfs zonaanbidders op het
Zandvoortse strand dit suikerwater drinken, terwijl hun lichaam
juist suikervrij water moet hebben. Wandelaars en werknemers op
kantoor trakteren zich ook gedachteloos op zoete drankjes, repen en
boterhammetjes. Dit levert een wilde piek in het bloedsuikergehalte
op, waaraan iemand die geestelijke arbeid of lichte lichamelijke
inspanningen verricht helemaal niets heeft. Hersenen en spieren
kunnen prima draaien op het gestage stroompje bloedsuikers dat door
ons lichaam uit de eiwitten in de voeding is gefabriceerd. Mocht er
toch een tekort aan brandstof ontstaan, dan spreekt het lichaam de
vetreserve aan. Het vet wordt omgezet in ketonen en die zijn als
brandstof voor hersenen en spieren een kwart efficiënter dan suiker.
Op ketonen loopt een mens geen wereldrecord (ze zijn ongeschikt voor
piekbelasting) maar wel 25 procent verder dan op suikers. De pieken
in het bloedsuikergehalte door consumptie van koolhydraten zijn dus
niet alleen onnatuurlijk, maar ook overbodig en voor een
aanzienlijke minderheid van ons zelfs regelrecht ongezond.
Deskundigen als Eleftheria Maratos-Flier, hoofd vetzuchtonderzoek
bij het Joslin Diabetes Center van Harvard University, schatten dat
dertig tot veertig procent van de mensen de neiging heeft om
gevaarlijk dik te worden van een vetarm- en koolhydraatrijk dieet.
Volgens de endocrinoloog Michael Schwartz van de universiteit van
Washington komt dat doordat hun lichaamscellen niet goed bestand
zijn tegen de voortdurende overdoses insuline die automatisch worden
afgescheiden als hun bloedsuiker weer eens omhoog schiet.
Uiteindelijk raken de cellen steeds ongevoeliger voor insuline.
Normaal gesproken registreren de hersenen de aanwezigheid van ruime
hoeveelheden insuline in het bloed, concluderen ze dat er
klaarblijkelijk een forse maaltijd door het keelgat is verdwenen en
besluiten ze om het hongergevoel te beëindigen. Maar als de cellen
in de hersenen door overdoses insuline minder gevoelig zijn
geworden, geven ze te laat het signaal door om te stoppen met eten.
Er wordt te veel gegeten, waardoor er meer insuline vrijkomt en de
arme cellen een nog grotere overdosis insuline voor de kiezen
krijgen. De overbodige bloedsuikers worden als vet opgeslagen, met
zwaarlijvigheid als gevolg.
Nog een stap verder in deze vicieuze cirkel en de cellen zijn zo
ongevoelig geworden dat de normale verbranding van suiker nog maar
nauwelijks mogelijk is - het spul drijft nutteloos in het bloed,
beschadigt organen, komt in de urine terecht, et cetera. De gretige
consument van koolhydraten is een type-z-diabetespatiënt geworden.
Val Geist, gepensioneerd hoogleraar milieukunde, kreeg vorig jaar te
horen dat hij type-a-suikerziekte had. Geist besloot zijn
eetgewoonten aan te passen, maar niet volgens de regels van zijn
diëtist. "Doe wat de oermens deed," werd het motto van Geist. Geen
toast, chips of suiker meer, maar vlees, eieren en zwaar verteerbare
groenten. Misschien is het toeval of een tijdelijke verbetering,
maar Geist is zijn suikerziekte momenteel kwijt. Geist volgde niet
het Atkins-dieet, maar het stenen-tijdperkdieet (zoals beschreven in
het zojuist verschenen boek The Paleo Diet van de Amerikaanse
hoogleraar Loren Cordain). Sommige stammen volgen al sinds
mensenheugenis het stenen-tijdperkdieet: traditioneel levende
Nanamiut-eskimo's in Alaska, geïsoleerde groepen !Kung in de
Afrikaanse Kalahari-woestijn en aborigines in reservaten in
Noord-Australië. Volgens de richtlijnen van westerse diëtisten eet
97 procent van hen veel te veel vet, maar zwaarlijvigheid, hoge
cholesterol- of triglycerideniveaus, hart- en vaatziekten en
diabetes komen bij hen praktisch niet voor. Om in het welvarende
Amerika een stenen-tijdperkdieet te volgen, kon Geist niet simpelweg
bij de supermarkt een vette hap halen, want het vet van beesten uit
de bio-industrie is van inferieure kwaliteit vergeleken met dat van
dieren die een natuurlijk leven achter de rug hebben.
Waarom kan een edelhert in de bronsttijd wekenlang vasten en toch
onvermoeibaar knokken met zijn rivalen? Waarom kan een berin in haar
winterhol maandenlang zonder voedsel terwijl ze toch haar baby's
zoogt? Deze beesten leven van hun vet, en dat bevat niet alleen
energie, maar ook mineralen, kant-en-klare vitaminen of de
grondstoffen voor het aanmaken van vitaminen. Dit vet met
voedingssupplementen is geel of oranje van kleur; vet zonder
heilzame stofjes is wit.
Het vet van wilde dieren bevat ook veel van het
meervoudig onverzadigde vetzuur
Omega-3, dat klontering van bloedplaatjes voorkomt en het
hart in het juiste ritme houdt. Het meervoudig onverzadigde vetzuur
Omega-6 is ook gezond, mits in de juiste verhouding tot Omega-3: ons
lichaam kan het beste omgaan met vet dat twee keer zoveel Omega-6
als Omega-3 bevat. Vanaf de oertijd zijn mensen gewend aan deze
verhouding tussen de Omega's, want dat is de verhouding waarin deze
vetzuren voorkomen in het vet van wilde dieren. Daarentegen zit in
de meeste plantaardige oliën en vetten te veel Omega-6.
In het rundvlees dat bij
de supermarkt ligt, zit vijf tot dertien keer meer Omega-6 dan
Omega-3; een ongezonde verhouding. Bovendien bestaat het vet
grotendeels uit verzadigde vetzuren. Onze koeien staan te vaak op
stal en krijgen krachtvoer en granen (onnatuurlijk voedsel),
waardoor ze enorme plassen melk produceren en net zo snel uitdijen
als Caesar Barber.
Runderen uit de biologische landbouw of de Galloways en Schotse
Hooglanders die in natuurgebieden grazen, leven van gras en kruiden,
hebben geen overgewicht en hun vet bestaat voor de helft uit
meervoudig onverzadigde vetzuren met dezelfde verhouding tussen
Omega-6 en Omega-3 als bij wilde dieren.
Volgens
het stenen-tijdperkdieet
zouden we dus ossenworst moeten eten gemaakt van een os die zich ook
aan het stenentijdperkdieet heeft gehouden, net als de oeros.
Aangezien tot nu toe bij ieder wild dier dat een natuurlijk en dus
gezond dieet volgt is gebleken dat Omega-6 en Omega-3 in de ideale
verhouding in zijn vet voorkomen, vermoedt Cordain in samenspraak
met zijn collega Bruce Watkins dat hetzelfde zal gelden voor varkens
die als een zwijn, kippen die als een boshoen en schapen die als een
moeflon mogen leven, maar het onderzoek naar de kenmerken van het
vet in eco-vlees staat nog in de kinderschoenen.
De anti-vet-lobby heeft boter op zijn hoofd: er is de brave burger
jarenlang een ongezond dieet door de strot geduwd zonder dat er enig
bewijs voor de heilzaamheid ervan was, integendeel. John Farquhar,
die een leerstoel voor beleid en onderzoek op het gebied van
volksgezondheid aan de Amerikaanse Stanford University bekleedt en
al meer dan veertig jaar actief is op dit vakgebied, wijt de huidige
epidemie van zwaarlijvigheid aan `dwangvoeding van ons volk met
vetarm voedsel'. Hij vraagt zich af. "Kunnen we de anti-vet-lobby
zover krijgen dat die zijn excuses maakt?"
|