|
SPORTSPECIFIEKE KRACHTTRAINING;
meer kracht, meer snelheid & Meer explosiviteit

Met sportspecifieke krachttraining
kun je
jezelf
trainen
om
hoger
te
kunnen
springen
en
om sneller
te
kunnen
accelereren,
sprinten
en
rennen.
Je
kunt
je
lichaam
trainen
om
zo
snel
mogelijk
te
kunnen
reageren.
Het
gaat
hierbij
om
zoveel
mogelijk
kracht
te
kunnen
leveren
binnen
1
seconde.
Wie dit het snelst kan zal het meeste voordeel hebben.
Bovenstaand
feit
is
bewezen,
door
atleten
van
het
hoogste
(olympische)
niveau. Een goed opgesteld trainingsprogramma met de
juiste
oefeningen
kunnen
helpen
om
hoger
te
kunnen
springen
en/of
sneller
te
kunnen
accelereren,
sprinten
en
rennen.
Velen
van
jullie
zullen
zich
afvragen
of
de
oefeningen
ter
verbetering
van
de
een
(snelheid
of
springen)
ook
werken
aan
de
verbetering
van
de
ander,
oftewel
zal
trainen
om
hoger
te
kunnen
springen
je
ook
sneller
maken?
Algemeen
gesproken
is
het
antwoord
op
die
vraag:
Ja!
In
feite
is
het
vermogen
om
hoger
te
kunnen
springen
en
om
sneller
te
accelereren,
sprinten
en
rennen
hetzelfde.
Elke
keer
dat
je
je
verticale
sprong
verbeterd
en
jezelf
traint
om
hoger
te
kunnen
springen
zul
je
merken
dat
je
ook
sneller
wordt
en
vica
versa.
Dit
komt
doordat
de
kwaliteiten
van
je
kracht
om
hoog
te
kunnen
springen
en
sneller
te
kunnen
rennen
gelijkwaardig
zijn.
Om een betere sporter te worden moet je naast je
sportspecifieke training ook werken aan een hogere explosiviteit en je maximale
kracht.
Heb je een trainer die niet aan je maximale kracht wil
gaan werken dan moet je echt opzoek naar een nieuwe trainer!!
MAXIMALE kracht
De maximale
kracht is de hoeveelheid kracht die je kunt toepassen ongeacht de tijd.
Limiet
sterkte kan ook worden gezien als de kracht van je spieren wanneer de snelheid
van de beweging van weinig belang is.
Maximale
gewichten tillen zoals het uitvoeren van een 1RM bij het bankdrukken of squaten
zal uw limiet sterkte capaciteit testen.
Er
moet hierbij aandacht worden besteed aan de ontwikkeling van spierkracht in de
volgende belangrijke spiergroepen, dit zijn de quadriceps, bilspieren,
heupspieren,
hamstrings, buikspieren en rugspieren oftewel de core unit. Dit
zijn de meest belangrijke spiergroepen voor sprinten en springen.
De
spieren van de heup-extensors moeten meer aandacht krijgen omdat zij meestal de
zwakke schakels zijn bij de meerderheid van de sporters.
Deze
spieren zijn de bilspieren, hamstrings en de onderrugspieren.
De doelstelling van oefeningen
voor maximale kracht is simpelweg om meer spierkracht te
produceren met de betrokken spieren, het vergroten van de spiercapaciteit.
Vooruitgang
zal te zien zijn in het aantal kilo’s dat je kan verplaatsen.
De
doelstelling van de oefening is niet zozeer om de sportspecifieke beweging na
te bootsen, maar om de spieren die je ook gebruikt tijdens jouw eigen sport te
versterken. De totale lengte van een setje moet onder de 25 sec blijven.

Explosieve kracht
Explosieve
sterkte is het vermogen om maximale kracht te leveren in minimale tijd.
Je
mag hierbij geen gebruik maken van de plyometrische stretch-reflex.
Je
moet dus zoveel mogelijk kracht leveren in zo weinig mogelijk tijd.
Springen
vanuit stilstand en sprinten uit de startblokken of vanuit stilstand maken beide
gebruik van pure explosieve kracht omdat je geen gebruik kunt maken van je
plyomterisch vermogen zoals een grote aanloop voor een sprong of een lead-in bij
een sprint.
Explosieve
kracht vertrouwt op jouw start snelheid, dit is de hoeveelheid vermogen die je
kunt aanspreken in de eerste 0,3 seconden van de beweging.
Om
zoveel mogelijk kracht, zo snel mogelijk te kunnen genereren moet je natuurlijk
wel beschikken over veel pure kracht waar je zo snel mogelijk gebruik van kunt
maken.
Dit
is de reden waarom limiet sterkte als basis dient voor explosieve kracht.
De doelstelling van oefeningen
voor explosieve kracht is om de oefening uit te voeren met
meer snelheid of met meer hoogte. Bijv.
in plaats van te squaten met veel gewicht, moet je de oefening springend
uitvoeren.
Simpelweg
gezegd: je probeert om steeds hoger te springen terwijl je squat met
lichte tot middelmatig lichte gewichten.
De
snelheid van de beweging is belangrijker dan het gewicht in kilo’s.
Je
moet geconcentreerd zijn om zo snel mogelijk, zoveel mogelijk kracht vrij te
maken in een beweging.

Reactieve kracht
Reactieve
kracht is als je spier/pees complex wordt uitgerekt voorafgaande aan de
spiercontractie. Dit is het
plyometrisch effect.
Dit
type kracht is belangrijk als je een snelle tegen beweging wilt maken.
Bijv.
eerst naar beneden zakken voordat je gaat springen.
Je
kunt op die manier hoger springen dan wanneer je springt vanuit stilstand.
De
tegen beweging strekt heel snel de pezen in je onderlichaam, dit stelt je
spieren/pezen in staat om veel energie te verzamelen en vervolgens om te zetten
en te gebruiken als een soort elastiek.
De doelstelling van oefeningen
voor reactieve kracht is om de oefeningen uit te voeren met zo
min mogelijk contact met de grond of door hoger te springen.
Deze
oefeningen bestaan over het algemeen uit springoefeningen.

KRACHT X SNELHEID IS VERMOGEN
Kracht
is
voor
de
meeste
sporten
een
onmisbare
factor.
Met
name
bij
kracht-
en
snelheid
gerelateerde
sporten
is
het
een
prestatie
bepalende
factor.
Kracht
is
nodig
om
de
snelheid
te
maken,
en
om
snelheid
te
houden.
Het
is
één
van
de
grondmotorische
eigenschappen,
die
een
sporter
moet
bezitten
om
te
kunnen
presteren.
De 5 grondmotorische eigenschappen zijn kracht, lenigheid,
uithoudingsvermogen, coördinatie en snelheid. Deze eigenschappen zijn
prestatiebepalende
factoren; als een van deze eigenschappen
onvoldoende
ontwikkeld
is,
blijven
de
prestaties
achter.
Het
is
dus belangrijk
om
niet
alleen
kracht
te
ontwikkelen,
maar
ook
de
spieren
te
“leren”
die
kracht
op
het
juiste
moment
te
kunnen
omzetten
in
een hogere snelheid.

van
krachttraining word je niet langzaam!
Als
kracht
langzaam
wordt
getraind,
zoals
dat
normaal
in
en
sportschool
gebeurt,
leren
de
spieren
niet
om
de
timing
op
het
juiste
moment
te
maken.
Om
bijvoorbeeld
de
schaatsafzet
te
kunnen
maken
gebruiken
we
met
name
de
4
spieren
van
de
quadriceps
(voorkant
bovenbeen),
de
drie
van
de
hamstrings
(achterkant
bovenbeen)
en
de
drie
van
de
gluteus
(bilspieren
–
de
bekende
schaatskont).
Dat
zijn
samen
10
spieren,
die
allemaal
exact
op
het
juiste
moment
moeten
samenwerken,
om
de
beweging
te
maken
die
in
de
wedstrijd
nodig
is.
Maar
die
beweging
moet
je
ze
eerst
wél
leren.
Ze
moeten
leren
om
precies
tegelijk
op
het
juiste
moment
aan
te
spannen.
Als
dat
niet
gebeurt,
heb
je
het
effect
van
10
touwtrekkers,
die
om
de
beurt
aan
een
touw
trekken.
Wat
er
dan
ontbreekt
is
coördinatie. De
(ten
onrechte)
veel
gehoorde
klacht:
“van
krachttraining
word
ik
langzaam”,
vindt
hier
zijn
oorsprong.

SPORTSPECIFIEKE KRACHTTRAINING; HOE HET
NIET MOET!!
Veel sporters maken
nog steeds gebruik van fitness machines, maar bij sportspecifieke
krachttraining voor het verkrijgen van meer kracht en explosiviteit
moet je denken aan oefeningen als de squat en de deadlift. Dit soort
oefeningen zorgen voor meer vermogen die je daadwerkelijk kunt
omzetten zodat je tot betere prestaties kunt komen in de sport die
je beoefend. Je moet dus geen oefeningen uitvoeren in fitness
machines maar toch blijven veel sporters dit doen ....

|