|
Afvallen en krachttraining;
Afvallen begint met krachttraining.
krachttraining is onmisbaar in een
succesvol afvalprogramma!

Je dagelijkse energieverbruik is
opgebouwd uit drie onderdelen:
1. Je ruststofwisseling;
2. Het thermische effect van voeding;
3. Het thermische effect van arbeid.
Om je lichaam ertoe te dwingen het teveel aan lichaamsvet als energiebron te
gebruiken zul je moeten zorgen voor een negatieve energiebalans. Een negatieve
energiebalans betekent dat je meer energie verbruikt dan je middels je voeding
binnenkrijgt. Krachttraining helpt
niet alleen om een negatieve energiebalans te creëren,
het zorgt ook voor behoud van
spiermassa tijdens het afvallen. Daardoor blijft je energie-
verbruik optimaal en blijf je
afvallen. Door spiermassa op te bouwen val je nog sneller af
en is het makkelijker om na het
afvallen op gewicht te blijven.
Afvallen
De term afvallen betekent voor de meeste mensen minder wegen. Artsen, diëtisten
en fitnesstrainers baseren een afvalprogramma meestal alleen op het getal dat de
weegschaal aangeeft. Ook formules als de Body Mass Index (BMI) gebruiken
uitsluitend het lichaamsgewicht als graadmeter voor het teveel aan gewicht. Je
lichaam bestaat uit pezen, botten, spieren, organen, vocht en vet. De weegschaal
maakt geen onderscheid hiertussen. Daarnaast zegt het lichaamsgewicht niets over
hoe iemand zich voelt, over hoe iemand eruit ziet en het zegt zelfs niet alles
over de gezondheid. Recent is gebleken dat de buikomvang en met name het buikvet
de belangrijkste indicator is van een verhoogd gezondheidsrisico en niet het
lichaamsgewicht. Afvallen betekent dus vooral vet verminderen en niet alleen
maar minder wegen. Daarnaast moet een goed afvalprogramma ertoe bijdragen dat je
gezonder wordt en er beter uit gaat zien. Niet in de laatste plaats moet een
succesvol afvalprogramma ervoor zorgen dat iemand zich beter gaat voelen.
Vet is energie
Lichaamsvet is opgeslagen energie. Vet in je lichaam levert ongeveer 7000 kcal
energie per kilo en die energie zul je moeten verbruiken in je eigen lijf, als
je het vet tenminste kwijt wilt raken. Ondanks dat een kilo lichaamsvet veel
energie bevat, is vet langzame energie. Dit betekent dat je lichaam maar
moeilijk energie vrij kan maken uit vetweefsel. Naar mate je lichaam meer
energie nodig heeft, bijvoorbeeld omdat je intensief aan het sporten bent, haalt
je lichaam in verhouding steeds meer energie uit andere energiebronnen. Vet
wordt door je lichaam vooral ingezet energiebron bij matige intensieve arbeid en
in rust.
RUSTSTOFWISSELING
Je ruststofwisseling is de hoeveelheid energie die je verbruikt als je de hele
dag stil zou blijven liggen en niets zou eten. Dit verbruik is dus min of meer
constant en is gerelateerd aan je lichaamsgewicht en je leeftijd. Het thermische
effect van voeding duidt op de verbrandingswaarde van het voedsel dat je eet.
Vergelijk het met een kachel waar je hout in gooit. Deze gaat dan harder branden
en geeft meer warmte. In je lichaam werkt het net zo. Als je eet gaat je
verbranding omhoog en produceert je lichaam warmte. Gemiddeld is dit 10% van je
dagelijkse energieverbruik. Tenslotte verbruik je energie door fysieke arbeid.
Ook daardoor produceert je lichaam warmte. Denk aan het zweten tijdens een
training bijvoorbeeld.
Spieren cruciaal
Aangezien vet langzame energie is en je lichaam vooral vet verbruikt in rust, is
je ruststofwisseling een belangrijke factor als je wilt afvallen. De hoogte van
je ruststofwisseling bepaalt voor 60 tot 75% je dagelijkse energieverbruik. Een
belangrijke factor die de hoogte van die ruststofwisseling bepaalt, is je
spiermassa. Je spiermassa bepaalt voor 22% de hoogte van je russtofwisseling.
Als je spiermassa verliest, gaat je ruststofwisseling omlaag en verliest je
lichaam een deel van zijn vetverbrandende capaciteit. Het is daarom voor het
slagen van een afvalprogramma van groot belang dat je geen spiermassa verliest
tijdens het afvallen.
Verlies van spiermassa betekent een lagere ruststofwisseling, een lager vet
verbruik, meer moeite om af te vallen en meer moeite om na het afvallen op
gewicht te blijven
Van diëten word je vet
Extreme diëten werken niet als je op een goede manier wilt afvallen. Het
energietekort tijdens een dieet is vaak te groot en te acuut. Je lichaam heeft
dan onvoldoende mogelijkheid om het eigen lichaamsvet in te zetten als
alternatieve energiebron en breekt spierweefsel af om in de energiebehoefte te
voorzien. Daardoor gaat je dagelijkse energieverbruik omlaag en stop je na een
korte periode met afvallen. Als je vervolgens weer normaal gaat eten, is je
ruststofwisseling zo ver omlaag gegaan, dat je snel weer aankomt en meestal
enkele kilo’s zwaarder wordt dan voor het afvallen. Van diëten wordt je vet.
Het energietekort tijdens het afvallen mag niet te groot zijn. Een goed
uitgangspunt is een negatieve energiebalans van 500 kcal per dag. Dit leidt tot
maximaal een halve kilo vetverlies per week. Dat is het optimale tempo om
verantwoord af te vallen. Je kunt wel meer gewicht kwijtraken in een week, maar
dat is alleen maar vocht en spiermassa, geen vet.
Krachttraining
Krachttraining helpt om verlies van spiermassa te voorkomen tijdens het
afvallen. Sterker nog, met krachttraining kun je tijdens het afvallen spieren
opbouwen. Daardoor gaat je lichaam meer energie verbruiken en val je nog sneller
af. Een toename van je spiermassa met 2.5 kilo lijdt tot een stijging van je
ruststofwisseling met ongeveer 6%. Maar dat is nog niet alles. Een individuele
krachttrainingssessie verhoogt je ruststofwisseling direct na de training tot
wel 15 uur. Daarnaast is de verbranding van vetten na een krachttraining met 60%
verhoogd. Krachttraining helpt dus op drie manieren het afvallen te
ondersteunen:
1. Negatieve energiebalans: je verbruikt energie tijdens een
krachttrainingsessie
2. Verhoogde ruststofwisseling en vetoxidatie direct na training
3. Structurele verhoging van de ruststofwisseling en de vetoxidatie door de
opbouw van spiermassa.
Krachttraining vs. cardio
In de meeste fitnesscentra wordt vooral cardiotraining aanbevolen om het
afvallen te ondersteunen. Daarbij is matig intensieve cardio op 60 tot 70% va je
maximale hartslag vaak het uitgangspunt. Een intensieve cardiotraining van een
uur kost meer energie (600 kcal) dan een intensieve krachttraining van dezelfde
duur (400 kcal) Echter bij matige intensieve cardiotraining is dit verbruik
ongeveer gelijk. Daarnaast bouw je met cardiotraining geen spiermassa op. Met
doelgerichte krachttraining wel. In twee vergelijkende onderzoeken naar het
verschil in effect tussen cardiotraining en krachttraining kwam naar voren dat
alleen krachttraining bijdraagt aan behoud van de vet vrije massa (VVM) en
daardoor zorgt voor behoud of stijging van de ruststofwisseling. Daarnaast zorgt
krachttraining of krachttraining in combinatie met cardiotraining voor meer
vetverlies, dan alleen maar cardiotraining. Cardiotraining dient vooral ter
ondersteuning van het afvallen om het energieverbruik op te voeren. Er is echter
een grens aan hoe groot dat tekort mag zijn. Teveel cardio is daarom net zo
slecht als streng diëten en kan leiden tot verlies van spiermassa en verlaging
van de ruststofwisseling.
Bron: KNKF.nl |